AAAContactRSS

corona direct

Funeraire symbolen ABC

Op en rond oude grafmonumenten zijn heel wat symbolen te vinden. Deze tekens dragen diverse soorten boodschappen en betekenissen. Ze kunnen verwijzen naar het beroep of de status van de overledene, naar zijn filosofische of geestelijke opvattingen. Ze suggereren de dood, het eeuwige leven, roem, trouw, verbondenheid, hoop of onschuld. Een alfabetisch overzicht.

Acacia: de doornenkroon van Christus was van valse acacia, maar meestal wordt dit symbool gebruikt in het kader van de vrijmetselarij: het idee dat dood overleeft. Het harde hout en het groene loof staan voor eeuwigheid en onsterfelijkheid.

Acanthus: de stekels van de plant symboliseren de beproevingen van het leven en de dood. Lijkwagens werden ermee getooid, omdat de overledene de moeilijkheden eigen aan zijn taak zou hebben overwonnen.

Alfa en Omega: de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet symboliseren God als het begin en het einde van alle dingen. Komt soms voor samen met het XP-monogram van Christus of met een kroon die verwijst naar het koninkrijk God.

Boom: de wortels van eik, linde, es, olijfboom, lork, berk dringen in de aarde en de takken reiken naar de hemel. Universeel worden bomen gezien als het symbook van de verhoudingen tussen hemel en aarde. De bladeren van de boom verwijzen ook naar de levenscyclus: dood en regeneratie. In kruisvorm, gesnoeid of afgebroken staat de boom voor het geloof in wederopstanding.

Druif: de druif is het teken van leven en dood. De druivenrank- of tros verwijst naar de eucharistie of het Laatste avondmaal en daarmee van het bloed van Jezus.

Duif: de duif is het symbool van de liefde, onschuld, zuiverheid en eenvoud. Een duif met een palmtak staat voor de vrede. Als de duif met een bundel stralen is omgeven, verwijst dat naar de weg omhoog. De duif is ook het symbool van de Heilige Geest, het symbool van de verloste ziel van de overledene.

Eiken: een eikenblad of eikentak is een symbool van kracht, stoerheid, macht, onverwoestbaarheid, levenslust, eeuwig leven, onsterfelijkheid en duurzaamheid.

Fakkel of toorts: een fakkel die rechtopstaat, is het symbool van een vrijzinnige levensopvatting. Het verwijst naar een hernieuwd leven. Een omgekeerde toorts daarentegen staat voor het uitgedoofde leven en is een attribuut van de dood.

Handen: twee ineengrijpende handen zijn een symbool van liefde en verbondenheid tussen man en vrouw. Ze liggen vaak op een kussen met een gebroken ketting ertussen: dit is een door de dood verbroken huwelijk. De handen drukken ook het afscheid uit dat een dode neemt van de nabestaanden of het terugzien in het hiernamaals.

Ketting: een ketting symboliseert de verbondenheid, de unie, of alliantie met Christus, het christendom of het huwelijk.

Klimop: met zijn altijd groene bladeren is de klimop het symbool van het eeuwige leven. De plant, die zich goed vasthecht, kan ook verwijzen naar trouwe verbondenheid, genegenheid of naar vriendschap tot in de dood. Klimop houdt ook herinneringen vast.

Krans: een krans is een verwijzing naar een beloning van een vroom leven. Hun cirkelvormigheid staat voor duurzaamheid. De krans is ook vaak een symbool van zege over de duisternis en de zonde.

Laurier: net zoals de meeste, wintergroene planten, symboliseert laurier het eeuwige leven. Een lauwerkrans van laurierbladen staat voor onvergankelijkheid, overwinning, roem en eerbetoon.

Lelie: vanwege zijn witte kleur is de lelie het symbool van zuiverheid, onschuld en maagdelijkheid en dus ook van Maria en de christelijke barmhartigheid. De lelie is ook het teken van de ‘bleke’ dood. De suggestieve vorm van de stamper maakt het tot een symbool van liefde en roem.

Obelisk: bij de oude Egyptenaren was de obelisk het symbool van macht. Later veranderde dit naar standvastigheid en deugd.

Olievaasje: een olielamp symboliseert het eeuwige licht, dit verwijst naar de eeuwigheid, de onsterfelijkheid.

Olijftak: de olijfboom kent vele symbolieke betekenissen, zoals vruchtbaarheid, zuivering, kracht, overwinning, beloning en vrede. In funeraire zin werden olijftakken in rouwkransen vermengd met palmtakken als teken van vrede en roem.

Papaver: de bloemen van de papaver of klaproos verwelken snel. Vanwege zijn slaapverwekkende of verdovende eigenschappen is dit een verwijzing naar de eeuwige slaap.

Roos: de roos komt in vele vormen voor. De roos kan verwijzen naar Maria en het lijden van Christus, de kelk die het bloed van Christus opvangt, of diens wonden en het martelaarsschap. Vandaag verwijst de roos meer naar liefde en vergankelijkheid. Een geknakte roos verwijst naar het door de dood afgebroken leven, een verdorde roos naar het verwelkte lichaam.

Schedel: een schedel met beenderen is een ijdelheidssymbool met een boodschap. Gewezen wordt op de kortstondigheid van het leven en de betrekkelijkheid van alle aardse bezit.

Slang: de slang is een oud symbool voor leven en dood, gif en genezing en moeder aarde. De slang die zich in de staart bijt verwijst naar het oneindige van de cirkel en de eeuwige kringloop in de natuur.

Urne: een heel oud symbool van de dood en de rouw. Een urne op een graf is vaak deels bedekt met een sluier. Zo’n sluier betekent zich afwenden van de buitenwereld, het bedekken of afdekken van het leven.

Wilg: al in het oude Egypte werden met de twijgen van de wil rouwkransen gevlochten. De wilg wordt ook hier in verband gebracht met droefheid en dood. De hangende taken symboliseren de tranenstroom die in de aarde verdwijnt.

Zandloper: de zandloper drukt het onverbiddelijke voortschrijden en de kortstondigheid van het leven uit. Een zandloper met vleugels symboliseert de tijd die vervliegt en de vergankelijkheid van de mens.

Zuil: een afgebroken zuil staat symbool voor een plotseling, veelal jong, afgebroken leven.

Terug naar dossiers

varu banner3