AAAContactRSS

bpost rouwzegel banner

Pensioen

Als uw echtgenoot overlijdt en u wilt een overlevingspensioen aanvragen, dan moet u voldoen aan twee voorwaarden.

1. U moet minstens 45 jaar zijn.

Uitzonderingen: Die leeftijd van 45 jaar geldt niet als u een kind ten laste heeft of als u minstens voor 66 procent blijvend arbeidsongeschikt bent. Ook voor ambtenaren jonger dan 45 jaar is er een speciale regeling. Ook weduwen van mijnwerkers met 20 jaar dienst, of gelijkgestelde beroepen, hebben recht op een overlevingspensioen. De leeftijd telt dan niet.

2. Uw echtgenoot moet minstens een jaar na het huwelijk overlijden.

Uitzonderingen: Deze eis geldt niet als het ovelijden een gevolg is van een ongeval of beroepsziekte. Ook niet als u een kind ten laste heeft of zwanger bent of als er al een kind geboren is uit dit huwelijk.

Wie niet aan deze voorwaarden voldoet, kan alleen een tijdelijk overlevingspensioen aanvragen. U krijgt dan een uitkering voor 12 maanden.

Een overlevingspensioen vraagt u best binnen 12 maanden aan bij uw gemeente. Neem uw trouwboekje en identiteitskaart mee. De gemeente geeft een ontvangstbewijs dat u op moet sturen naar de Rijksdienst voor Pensioenen. Als uw echtgenoot ambtenaar was, dan kan het overlevingspensioen rechtstreeks worden aangevraagd bij de overheidsdienst waar hij werkzaam was of bij de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS). Als uw echtgenoot al een rustpensioen genoot via de PDOS dan is aanvragen niet eens nodig. Dan wordt automatisch een dossier opgestart.

Hoeveel uw overlevingspensioen bedraagt, is afhankelijk van een aantal factoren. Als uw echtgenoot al op rustpensioen was, dan zal het bedrag van het overlevingspensioen 80 procent bedragen van het gezinspensioen. Was uw echtgenoot nog niet met pensioen, dan wordt een theoretisch rustpensioen berekend. In beide gevallen geldt een minimumbedrag waarop u recht heb. Als uw echtgenoot een ambtenaar was, gebeurt de berekening van het pensioen weer anders.

Nog niemand is erin geslaagd om van pensioenen gemakkelijke materie te maken. Gelukkig is heel wat informatie al te vinden op de websites van de verschillende diensten. Ook kunt u hier gratis brochures downloaden of aanvragen. Bent u er dan nog niet uit, pak de telefoon en laat het u net zolang uitleggen totdat u het echt begrijpt. Daar heeft u naast uw pensioen ook recht op.

* Voor werknemers in de privésector: Rijksdienst voor Pensioenen (RVP)
Website: www.rvponp.fgov.be
* Voor de zelfstandigen: Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ)
Website: www.rsvz-inasti.fgov.be
* Voor de ambtenaren: Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS)
Website: www.pdos.fgov.be

Opgelet! Vanaf 1 januari 2015 verandert de regeling voor jonge weduwen en weduwnaars.

Jonge weduwen en weduwnaars hebben vanaf 1 januari 2015 geen recht meer op een overlevingspensioen. Ze krijgen nog wel een tijdelijke overgangsuitkering.

Vandaag stoppen zeven op de tien jonge weduwen met werken, omdat anders niets overblijft van het overlevingspensioen. Een verspilling van talent, aldus de federale overheid. Bovendien bouwen deze vrouwen minder of zelfs geen individuele pensioenrechten meer op. Daarom besliste de regering om het overlevingspensioen voor deze groep om te vormen tot een tijdelijke uitkering: de overgangsuitkering.

Toekomstige weduwen en weduwnaars die jonger zijn dan 45 jaar hebben alleen nog recht op een overgangsuitkering in plaats van een overlevingspensioen. De leeftijd van 45 jaar wordt tegen 2025 gradueel opgetrokken tot 50 jaar à rato van 6 maanden per jaar. Voor mensen die vandaag al een overlevingspensioen ontvangen, wijzigt er niets; zij behouden hun overlevingspensioen.

De overgangsuitkering is voor loontrekkenden en zelfstandigen vergelijkbaar. De duur van de uitkering is 12 of 24 maanden, afhankelijk van het feit of de langstlevende echtgenoot al dan niet een kind ten laste heeft. Na afloop van deze overgangsuitkering zal er onmiddellijk een recht op werkloosheidsuitkering zijn, zonder wachttijd, maar wel met activiteringsmaatregelen.

De hoogte van de nieuwe uitkering zal, net als het overlevingspensioen, worden berekend op basis van de loopbaan van de overleden echtgenoot en de beroepsinkomsten waarop sociale bijdragen zijn betaald. De uitkering zal echter onbeperkt cumuleerbaar zijn met het inkomen uit een beroepsactiviteit. Datzelfde geldt voor inkomen uit een andere sociale uitkering (arbeidsongeschiktheid, rustpensioen...) Hertrouwt de langstlevende echtgenoot, dan verliest hij of zij de overgangsuitkering.

 

 

 

 

Terug naar dossiers

varu banner3